donderdag 5 april 2007

Van hal naar hal op de RAI

De RAI en de auto zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, al meer dan een eeuw lang. In 1895 werd door de Vereniging ‘De Rijwielindustrie’ de eerste Rijwieltentoonstelling gehouden in het oude Paleis voor Volksvlijt. Toen in 1900 daar de eerste auto's bij kwamen, onstond de RAI: de tentoonstelling van de Rijwiel-en Automobiel Industrie.

Anno 2007 bestaat de AutoRAI nog steeds en trekt de beurs grote getale mensen, en vooral ook media-aandacht. Al weken van te voren beginnen de fabrikanten met een groot mediaoffensief in tijdschriften, kranten en televisieprogramma’s. De media dragen bij aan de verwachting dat de AutoRAI bol staat van de innovatie en het spektakel. Maar hoe spectaculair is de AutoRAI eigenlijk? Tijd om de een van Nederlands bekendste beurzen aan de tand de voelen.

Eenmaal binnen vallen niet alleen de auto’s meteen op, als wel de verschillende stands. Iedere stand heeft zijn eigen huisstijl, die laat zien dat het ene merk zeker niet is zoals het andere. Citroën is bijvoorbeeld heel stijlvol, de verkoopdames zijn gekleed in grijze mantelpakjes en bruin lederen schoenen met hakken, bij Smart is het vooral hip, een stand met de uitstraling van een witte loungebar met gifgroene kleuraccenten. Op iedere stand staat het meest recente automodel, soms nog als concept, centraal. Daaromheen zijn de normale productiemodellen gegroepeerd.

Op het eerste gezicht is het allemaal pracht en praal op de AutoRAI. Maar bij de tweede wandelronde vallen toch een aantal dingen op, met name aan de hallen van de RAI zelf. Ten eerste het formaat van de hallen. De eens zo grote Europahal, nu van binnen nauwelijks zichtbaar door de aankleding van de autostands, maakt maar een klein onderdeel uit van de beurs. Door de tijd heen is de RAI organisch gegroeid, met telkens een nieuwe hal die ook telkens weer te klein bleek. Breng je een bezoek aan de AutoRAI, dan loop je van de Europahal, naar de Westhal, het Congrescentrum, de Amstelhal, het Hollandcomplex en de Parkhal.

Nu is de kwaliteit van die hallen niet echt om over naar huis te schrijven, maar dat is het punt niet. Het gaat meer om de verbindingen tússen die hallen. Een aantal van de hallen liggen op een behoorlijke afstand van elkaar en zijn met elkaar verbonden door donkere, benedenvloerse gangen, blijkbaar de uitgelezen plek voor daglichtloze patat- en hotdogkramen. Eenmaal uit de hal en in zo´n gang verdwijnt het goede AutoRAI-gevoel gelijk, en maakt het plaats voor pijnlijke voeten.

Natuurlijk is dit geen nieuwe observatie. Niet voor niets zijn de grootste autobeurzen niet in de RAI te vinden, maar elders in de wereld. De beurshal in Detroit bijvoorbeeld, waar de North American International Autoshow plaats heeft, bestaat uit één grote hal: een flexibele ruimte die bij iedere beurs geheel anders opgebouwd en ingericht kan worden. Ook in de Jaarbeurs in Utrecht kan dat, de reden voor de Op Pad Wandelbeurs om Amsterdam in te wisselen voor Utrecht. Een grote, flexibele hal zou voor de RAI een enorm ingrijpende verandering zijn, maar ook een grote sprong voorwaarts.


En ook de ligging is belangrijk. De AutoRAI lag oorspronkelijk midden in Amsterdam, maar verplaatste in 1961 de rand van de stad, waar ruimte was voor een grote nieuwe hal en parkeren. Naast (parkeer)ruimte, is bereikbaarheid inmiddels een belangrijke succesfactor geworden. Zo wordt in Genève de belangrijkste autosalon van Europa gehouden in de (aaneengesloten) hallen van de internationale luchthaven Cointrin, centraal gelegen voor iedereen ter wereld.


Gelukkig komt de ook onze eigen RAI, met de ontwikkeling van de Zuidas, steeds centraler te liggen voor de wereldburger. Niet alleen ligt de RAI in de toekomst aan de A10 en het spoor, maar ook aan de één na laatste halte van de nieuwe Noord/Zuidlijn en aan de HSL, voor een supersnelle treinverbinding met Schiphol.

Geen opmerkingen: