
15 januari - 15 juni 2007
“Er is geen competitie voor de Zuidas. De enige vraag is: wil je je organisatie in Nederland houden?”, sprak ABN-Amro’s Rijkman Groenink vol zelfvertrouwen in de Intermediair van januari 2007. Zonder overdrijven kan hij als peetvader van de Zuidas worden beschouwd. Het is ABN-Amro dat begin jaren negentig hun hoofdkantoor bij station Zuid vestigt en er in slaagt om het gemeentelijke plan voor de IJ-oevers te torpederen ten faveure van hun locatie op Zuid. Op moment van schrijven is het echter ABN-AMRO dat voor zijn toekomst moet vrezen. De initiatiefnemer, medeontwikkelaar en bewoner van het grootste en langstlopende vastgoedproject van Nederland zou binnenkort wel eens op straat kunnen staan.
Als er daadwerkelijk geen competitie is, dan klopt er in 2030 een prachtig nieuw stadshart op de Zuidas. Maar voor het succes van het megaproject zijn nog vele vaders nodig. Volgens planoloog Stan Majoor verkeren veel grote projecten in een paradoxale situatie: “Door de initiators wordt een ruimtelijk ingestelde en projectmatige manier van werken noodzakelijk geacht voor het succesvol aantrekken van particuliere investeringen. Het is nu deze werkwijze die leidt tot situaties waarin aan de werkelijke factoren voor de economische, ruimtelijke en maatschappelijke resultaten van projecten veel te weinig aandacht wordt besteed.” (Rooilijn 2007). Ook project Zuidas dreigt de big picture uit het oog te verliezen: verhalen over beursnoteringen domineren, maar sociale woningbouw en compensatiegroen worden eerder gezien als een noodzakelijk kwaad dan als een verrijking.
De Zuidas is oorspronkelijk een veel grootsere gedachte dan het kantorenpark dan nu wordt gebouwd tussen de RAI en de VU: namelijk de Zuidas van Amsterdam naar Schiphol. Al in de jaren tachtig wordt over de Zuidas nagedacht in termen van een stad in een stad: een lineaire stad vanaf de Bijlmer via Oud-Zuid naar de nationale luchthaven. Vrij snel besluit men echter deze zone op te knippen in afzonderlijke projecten. De Zuidas wordt zelf ook een project: een internationaal zakendistrict dat Buitenveldert aan Amsterdam verbindt. Bij de Bijlmer verrijst de Arena-Boulevard; aan de Amstel staat de Omval (Philips en Delta Lloyd) en richting Schiphol wordt de Riekerpolder ontwikkeld (met o.a. Mexx Design Centre). Inmiddels toont de Nieuwe Kaart van Nederland nog meer vastgoedprojecten tussen de Zuidas en Schiphol.


Het is een vreemd gegeven dat zoveel mensen zich verzamelen op een desolate strook langs de snelweg en hier in de beste jaren van hun leven de beste uren van de dag doorbrengen, allemaal omdat er in 2020 een HSL-station zal komen, in 2030 een dok. In 2030 ben ik 50, en kan ik volgens de toekomst-tijdlijn van nowandnext.com op virtuele vakantie gaan, me laten rondrijden door een zelfbesturende auto en al mijn vervelende herinneringen kunnen uitwissen met een mindwipe. Met andere woorden: 2030 is ver weg.
Ik had verwacht dat als ik voor dit project op de Zuidas zou gaan wonen en werken, ik me automatisch meer op het hier en nu zou gaan richten. Ik had verwacht dat het zonnige beeld van Zuidas.nl, skyscrapercity.com en mahler4.nl haaks zou blijken te staan op een grauwe werkelijkheid van bouwputten, files, lege pleinen, carrièreslaven en eenzaamheid.
Ik heb een paar momenten van grauw besef gehad, dit was meestal als er een koude wind waaide, de residencies waren uitgestorven en mijn inspiratie me in de steek liet. Op één van die momenten ben ik naar Brasserie Pays Bas op het Zuidplein gegaan, om een glas huiswijn van €4,50 te drinken en mijn frustraties van me af te schrijven. Na een tijdje komt de barman bij me aan de tafel zitten en vraagt me genereus: “En wat brengt jou hier op de Zuidas?” Ik doe mijn verhaal en hij schenkt me nog een glas van het huis. Langs de bar zie ik een muis rennen. Als ook de kok erbij komt zitten ontstaat er een sfeer die ik hier op de Zuidas nooit had verwacht. Als ik de barman vraag hoe hij de Zuidas ervaart, vertellen ze dat het met de brasserie op zich goed gaat, maar dat het niet meer stuk kan als eenmaal het nieuwbouwproject Amsterdam Symphony gerealiseerd is (wijst naar een moddervlakte), en dat het dak er af zal gaan als het nieuwe station er staat (wijst naar wat bosjes langs de snelweg). Ik besef me hoe bepalend het toekomstplan is voor de beleving van de barman: hij ziet geen modder, maar Amsterdam Symphony in wording.

Als landschapsarchitect-in-residence zou ik me nu heel erg boos kunnen gaan maken over de huidige staat van de Zuidas, die het niveau van een willekeurige ontwikkellocatie langs de Ring van Amsterdam niet overstijgt. Maar hierin ligt noch de zwakte noch de kracht van de Zuidas. Die zit in het toekomstplan, met dok en HSL-station. Waar ik me écht zorgen over kan maken is het ambitieniveau van de plannen, want als je er kritisch naar kijkt zie je dit buiten een straal van 500m rond het station snel afnemen. Vooral voor de randen van het projectgebied staan veel plannen nog op losse schroeven, worden er pragmatische ontwerpen gemaakt. Hoe zou de Zuidas eruit zien als het ambitieniveau voor de stationsomgeving tot aan de randen zou kunnen worden vastgehouden? Of zelfs tot aan Schiphol en de ArenA? Hoe ziet de Zuidas er dan in 2050 uit? Tegen die tijd ben ík dankzij de mindwipe allang vergeten hoe modderig de Zuidas er ooit bij lag.
Je hoeft geen ruimtelijk econoom te zijn om te zien dat de economische activiteiten van de stad Amsterdam zich, al dan niet volgens plan, naar de rand van de stad verplaatsen. Om precies te zijn naar de zuidoost-kant rond de A4, A9 en A10. Wordt de Zuidas het tweede centrum van Amsterdam of het eerste centrum van deze nieuwe lineaire stad? Op grotere schaal spreken planologen al over de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere. Het stuk tussen Amsterdam en Almere is daarbij nog wishfull thinking, maar Schiphol-Amsterdam wordt binnenkort realiteit.
De Nieuwe Kaart van Nederland laat al een heuse bedrijvencorridor zien vanaf Duivendrecht tot aan Schiphol. Zelfs in het smalle strookje tussen de A4 en de Nieuwe Meer wordt een bedrijventerrein gepland. De Zuidcorridor is nu nog een behoorlijk afwisselende mix van kantoren, woonwijken en parkachtige structuren. Maar langzaam worden de overgebleven vakjes opgevuld; oude werkhavens worden geherstructureerd met broedplaatsen en containerwoningen, golfbanen worden aangelegd in reststukken weiland; en het laat zich raden wat er staat te gebeuren met al die volkstuincomplexen, als de vergrijzinggolf voorbij is.
Internationaal is corridorontwikkeling tussen stadscentra en luchthavens een bekend fenomeen. Steeds meer steden richten er hun uitbreidingsplannen volledig op in. Het meest recente en frappante voorbeeld is Dubai World City. Aan Dubai wordt een compleet nieuwe stad gebouwd rond het nieuwe Dubai World Central Airport, niet gehinderd door geluidcontouren. In Amsterdam is sprake van een meer Europese variant van corridorontwikkeling tussen stadscentrum en luchthaven; een uitbreiding, die meer pragmatisch en ‘spontaan’ oogt; een infrastructuurbundel begeleid door een lappendeken aan kantoren, golfbanen en grootschalige detailhandel. Geen planmatige ontwikkeling, maar slimme één-tweetjes tussen (lokale) planologen, politici en projectontwikkelaars. Met een modern woord ontwikkelingsplanologie gedoopt, maar al zo oud als de corridor naar Rome.
De ontwikkeling van Schiphol en de Zuidas vertoont opvallend veel parallellen met die van luchthaven Kastrup en Ørestad bij Kopenhagen. Iets te veel zelfs om toeval te zijn, en de vraag is wie er eerder was. In 1959 formuleerden de Deense prof. Peter Bredsdorf en zijn Zweedse collega Sune Lindström als eerste een visie op een ‘Sound City’; er moest een brug over de Sond komen van het Deense Kopenhagen naar het Zweedse Malmö en het tussengelegen gebied Amager zou zich als een bandstad ontwikkelen. Als kloppend verkeershart fungeert daarbij een nieuwe luchthaven: Kastrup. In 1962 pakte de nieuw gekozen burgemeester Urban Hansen deze ideeën op en werkte ze uit. Hij bedacht Ørestad; een tweede stadshart met woningen, een luxe kantoorcity en een nieuwe universiteitscampus, perfect gelegen tussen het oude centrum en de luchthaven. Interessant concept, maar helaas gooide de oliecrisis van 1973 roet in het eten. Pas nu, ongeveer gelijktijdig met de Zuidas wordt Ørestad gebouwd, ontworpen door gerenommeerde architecten als Daniel Liebeskind en Jean Nouvel.
De vraag roept zich dus op hoe bijzonder de ontwikkelingen op de Zuidas eigenlijk zijn naar internationale maatstaven. De namen La Defence en Canary Wharf lees je overal als de grote concurrenten; maar het is de vraag of de Zuidas wel meespeelt in de Champions League, of net als Ajax inmiddels meer voor de Uefa Cup moet gaan. Volgens een artikel in de Rooilijn van janunari 2006 spelen La defence en de Londense City inmiddels in een ‘league of their own’ als het om de Haute Finance van Europa gaat. Amsterdam kon een tijdje leuk in de voorhoede meedoen, maar de financiële wereld gaat zich op wereldschaal concentreren in een vijftal wereldsteden. Amsterdam zal het moeten gaan hebben van de kleinere (Nederlandse) financiële spelers, en daarvoor zouden er op de Zuidas meer WTC’s en minder Schoenen moeten worden gebouwd. En meer winkels, kappers, copyshops en andere kleinschalige voorzieningen. Een weerslag van deze ontwikkeling is al terug te zien in de nieuwe plannen voor het woongedeelte van de Zuidas. Het Deense buro Henning Larsen Architects heeft weinig over gelaten van de rijzige rechtlijnigheid van het oorspronkelijke masterplan. Schuin lijnen en danish design geven een haast Ikeaanse gezelligheid aan de nieuwe Zødås.
In het “Inrichtingsplan openbare ruimte - Ontwerp op hoofdlijnen” uit 2002 zijn door DRO vier kwaliteitsniveaus vastgesteld met bijpassende investeringniveaus: Exclusief, Standaard Zuidas, Standaard Stadsstraat, en Accenten. Die accenten zijn de parken, pleinen en kunstwerken.
Nader bezien is het Zuidplein als nieuw stukje publiek domein helemaal niet zo verkeerd. Er zijn mooie sobere materialen toegepast met een goede detaillering en afwerking. De technische toepassing van de boombakken op de kolommen van de ondergrondse parkeergarage is inventief; net als het geavanceerde bewateringssysteem voor de 19 verschillende boomsoorten. Grootschalige aanplant van bomen wordt het tovermiddel voor het leefklimaat op de Zuidas. De bomen vangen de windvlagen rond de hoogbouw op, zijn mooi kijk- en leefgroen, en filteren zelfs fijnstof.
Een mooie materialisatie zegt natuurlijk nog niets over functionele kwaliteit. Kritiek is niet van de lucht, en die gaat verder dan rondslingerende fietsen voor het WTC. Onderzoekers van de Jan van Eijk-academie constateren dat als tegenwicht voor de ‘signature’ architectuur van al die torens, signatures in de openbare ruimte ontbreken. DRO is nog geen OMA; en als ze dat wel zouden zijn, dan hadden ze niet het Zuidplein vol gezet met bomen, om het zicht op al die schitterende architectuur te ontnemen. Als landschapsarchitect ben ik geneigd om het voor de bomen op te nemen, maar verder heeft het Zuidplein inderdaad meer de zakelijk-internationale uitstraling van Schiphol dan de flamboyante sfeer van Mokum; op de rondzwervende fietsen na natuurlijk.
De vraag is: hoe publiek wordt het domein van de Zuidas? Voor het welslagen van de onderneming is het cruciaal dat de Zuidas van iedereen word, daar lijkt iedereen het over eens. Maar kan iedereen zich zomaar een stukje Zuidas toe-eigenen? Een publiek-private onderneming levert nu eenmaal een publiek-private buitenruimte op. Het private signatuur is alom aanwezig met namen als Ernst & Young en Boekel de Nerée. Het publieke signatuur is voorlopig bescheiden met enkel Accenten.
Ook ecologisch zijn de scheggen van grote waarde: als we naar de natuurwaardenkaart van Amsterdam kijken (zie uitsnede hierboven, klik hier voor volledige kaart), zien we dat de scheggen er uitspringen in hun ecologische waardering (donkerrood= waardevol, lichtgroen=waardeloos).De enige bewoners óp de Zuidas zijn wij voorlopig zelf. Als ware pioniers bereiden wij de komst voor van de eerste ‘echte’ Zuidassers. Wat voor mensen zullen dat zijn? Kunstenaars, CEO’s of misschien wel bijstandmoeders..? Iedereen is natuurlijk welkom in het tweede stadscentrum van Amsterdam. Maar wil je echt bij de eersten horen, hou dan rekening met een stevige hypotheek van zo’n 1,5 tot 3,5 miljoen euro. Dat betalen de durfkapitalisten dit najaar voor de eerste appartementen, die worden opgeleverd. Zij betalen vooruit zodat minder gefortuneerden kunnen volgen. Amsterdam wil een volwaardig stadscentrum met een doorsnee van de Amsterdamse bevolking. En daartoe behoren ook bijstandsmoeders. Maar voordat die te veroorloven zijn zal er eerst flink verdiend moeten worden.
Locatie, locatie en locatie zijn de drie belangrijkste factoren voor succes in de vastgoedwereld, en daarop scoort het megaproject Zuidas buitengewoon hoog. De grachtengordel, Schiphol, de A10 en straks de TGV zijn binnen handbereik. Maar hoe zit het met andere factoren? Stadsheid, sfeer en leefbaarheid zijn moeilijk voor te programmeren. Of kan alles op de Zuidas?
Voor een leefbare Zuidas is een goede buitenruimte dus essentieel. In de plannen is de openbare ruimte tussen de hoogbouw bewust smal en stenig gehouden voor het juiste grootstedelijke effect. Zo kan er ook relatief hoog ingezet worden op de materialisering, zoals gebeurt is op het Zuidplein. Chique bestrating, een strakke inrichting en bomen in bakken. Tegelijk wordt de hoeveelheid openbaar groen in z’n totaliteit een stuk minder dan voorheen. Eric-Jan ontdekte al de dubieuze uitruil van straatbomen voor parken. Bovendien zijn de twee parkstroken op de nieuwe plankaart nu beide gesitueerd op het randje van de overkapping. Een makkelijke prooi voor een bezuinigingsronde, zou je kunnen doemdenken.
Maar laten we optimistisch blijven. De grote verdienste is dat met het dokmodel een onneembare barrière van infrastructuur wordt geslecht. De Buitenvelders kunnen beter de stad in; de Oudzuiders makkelijker naar de twee groene scheggen van de Amstel en het Amsterdamse Bos. Hiermee gaat de wens van Wethouder Marijke Vos in vervulling: binnen 5 minuten in een park en binnen 10 minuten in een groene scheg. Als nieuwbakken Zuidasser heb ik die tijden helaas niet kunnen klokken, toen ik zonder op kaart en borden te letten de scheggen probeerde te vinden. Zo bleek de Groene Zoom, die naar de Amstelscheg leidt, inmiddels de bouwput voor het Van Den Ende Theater. Misschien iets om als nieuwkomers in te brengen op de volgende bewonersvergadering?