Je hoeft geen ruimtelijk econoom te zijn om te zien dat de economische activiteiten van de stad Amsterdam zich, al dan niet volgens plan, naar de rand van de stad verplaatsen. Om precies te zijn naar de zuidoost-kant rond de A4, A9 en A10. Wordt de Zuidas het tweede centrum van Amsterdam of het eerste centrum van deze nieuwe lineaire stad? Op grotere schaal spreken planologen al over de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere. Het stuk tussen Amsterdam en Almere is daarbij nog wishfull thinking, maar Schiphol-Amsterdam wordt binnenkort realiteit.
De Nieuwe Kaart van Nederland laat al een heuse bedrijvencorridor zien vanaf Duivendrecht tot aan Schiphol. Zelfs in het smalle strookje tussen de A4 en de Nieuwe Meer wordt een bedrijventerrein gepland. De Zuidcorridor is nu nog een behoorlijk afwisselende mix van kantoren, woonwijken en parkachtige structuren. Maar langzaam worden de overgebleven vakjes opgevuld; oude werkhavens worden geherstructureerd met broedplaatsen en containerwoningen, golfbanen worden aangelegd in reststukken weiland; en het laat zich raden wat er staat te gebeuren met al die volkstuincomplexen, als de vergrijzinggolf voorbij is.
Internationaal is corridorontwikkeling tussen stadscentra en luchthavens een bekend fenomeen. Steeds meer steden richten er hun uitbreidingsplannen volledig op in. Het meest recente en frappante voorbeeld is Dubai World City. Aan Dubai wordt een compleet nieuwe stad gebouwd rond het nieuwe Dubai World Central Airport, niet gehinderd door geluidcontouren. In Amsterdam is sprake van een meer Europese variant van corridorontwikkeling tussen stadscentrum en luchthaven; een uitbreiding, die meer pragmatisch en ‘spontaan’ oogt; een infrastructuurbundel begeleid door een lappendeken aan kantoren, golfbanen en grootschalige detailhandel. Geen planmatige ontwikkeling, maar slimme één-tweetjes tussen (lokale) planologen, politici en projectontwikkelaars. Met een modern woord ontwikkelingsplanologie gedoopt, maar al zo oud als de corridor naar Rome.
De ontwikkeling van Schiphol en de Zuidas vertoont opvallend veel parallellen met die van luchthaven Kastrup en Ørestad bij Kopenhagen. Iets te veel zelfs om toeval te zijn, en de vraag is wie er eerder was. In 1959 formuleerden de Deense prof. Peter Bredsdorf en zijn Zweedse collega Sune Lindström als eerste een visie op een ‘Sound City’; er moest een brug over de Sond komen van het Deense Kopenhagen naar het Zweedse Malmö en het tussengelegen gebied Amager zou zich als een bandstad ontwikkelen. Als kloppend verkeershart fungeert daarbij een nieuwe luchthaven: Kastrup. In 1962 pakte de nieuw gekozen burgemeester Urban Hansen deze ideeën op en werkte ze uit. Hij bedacht Ørestad; een tweede stadshart met woningen, een luxe kantoorcity en een nieuwe universiteitscampus, perfect gelegen tussen het oude centrum en de luchthaven. Interessant concept, maar helaas gooide de oliecrisis van 1973 roet in het eten. Pas nu, ongeveer gelijktijdig met de Zuidas wordt Ørestad gebouwd, ontworpen door gerenommeerde architecten als Daniel Liebeskind en Jean Nouvel.
De vraag roept zich dus op hoe bijzonder de ontwikkelingen op de Zuidas eigenlijk zijn naar internationale maatstaven. De namen La Defence en Canary Wharf lees je overal als de grote concurrenten; maar het is de vraag of de Zuidas wel meespeelt in de Champions League, of net als Ajax inmiddels meer voor de Uefa Cup moet gaan. Volgens een artikel in de Rooilijn van janunari 2006 spelen La defence en de Londense City inmiddels in een ‘league of their own’ als het om de Haute Finance van Europa gaat. Amsterdam kon een tijdje leuk in de voorhoede meedoen, maar de financiële wereld gaat zich op wereldschaal concentreren in een vijftal wereldsteden. Amsterdam zal het moeten gaan hebben van de kleinere (Nederlandse) financiële spelers, en daarvoor zouden er op de Zuidas meer WTC’s en minder Schoenen moeten worden gebouwd. En meer winkels, kappers, copyshops en andere kleinschalige voorzieningen. Een weerslag van deze ontwikkeling is al terug te zien in de nieuwe plannen voor het woongedeelte van de Zuidas. Het Deense buro Henning Larsen Architects heeft weinig over gelaten van de rijzige rechtlijnigheid van het oorspronkelijke masterplan. Schuin lijnen en danish design geven een haast Ikeaanse gezelligheid aan de nieuwe Zødås.