donderdag 25 januari 2007

Doorgaan op de ingeslagen weg

Na het sombere en stormachtige weer van vorige week, schijnt er deze week een heel ander licht op de Zuidas. Fris winterweer, met een heldere zon en mooie Hollandse luchten geven de Zuidas een heel ander aanzien: de blinkende gebouwen stralen optimisme uit. Er is hier een nieuw stadscentrum in wording.

Maar niet het weer, maar een bewonersavond maakte deze week duidelijk wat de rol van de ontwerpers, de omwonenden en de openbare ruimte in de Zuidas is. Als je de plannen van negen jaar geleden vergelijkt met die van nu, dan valt op dat er de hoofdopzet nauwelijks iets veranderd is. ‘Doorgaan op de in 1998 ingeslagen weg!’ staat er in de visie Zuidas 2007. Ontwikkelaars willen niets liever. De Zuidas dendert voort en duldt geen tegenspraak. Daarom zijn de plannen in tien jaar niet wezenlijk veranderd. Daarom is er ook een bewonersavond en geen bewonersparticipatie.

Hieruit blijkt ook de rol van de ontwerper in de Zuidas. Het is de stoffeerder van de ruimte. Degene die de visie en ambitie van de ontwikkelaar materialiseert. Met vooral representatieve materialen, als gebakken steen en natuursteen. Niet zomaar struikjes, maar tuinachtige beplanting. Van de ontwerper hier geen nieuwe inzichten, verzet of tegenspraak.

De publieke ruimte is in handen van het projectbureau en de ontwikkelaars. Tijdens de bewonersavond, voor omwonenden van het gebied Gerhwin, bleek het hoe de relatie is tussen ontwikkelaars en omwonenden, het geld en het groen.

De mevrouw op de stoel naast me:
“Waar blijft eigenlijk het compensatiegroen? Een heel stuk van het Beatrixpark is verdwenen en ons is vijftien jaar geleden beloofd dat alles gecompenseerd zou worden. Dat zie ik niet terug in de huidige plannen! Instemmende onrust in de zaal. De ontwikkelaar nam de microfoon over in een poging de onrust te bezweren:

“Volgens mij komt dat compensatiegroen terug in de nieuwe bomen in de straat. En wat we nog niet verteld hebben, is dat de kantoren groene daken krijgen. Daar heeft u als bewoner niets aan, maar voor de mensen die er werken is een uitzicht op een groen dak heel fijn.” Gelach in de zaal.

“Meneer, bomen in de straat vind ik gewoon normaal. Dat is toch geen compensatiegroen? En ik kan u vertellen waarom iedereen hier zo moet lachen. Tien jaar geleden was dat idee van groene daken er ook al. We zouden er als omwonenden allemaal van kunnen genieten, toegankelijk voor iedereen en zo. En nu vertelt u ons dat het niet voor ons is, maar dat dát wel ons compensatiegroen is! Bomen in de straat en groene daken, u wordt bedankt!”

Geen opmerkingen: