zondag 21 januari 2007

De spits

Het project is begonnen. Onze residentie is in het St Nicolaasklooster, een modernistisch gebouwd klooster aan de rand van het Beatrixpark, dat is omgebouwd tot expositie-, werk- en woonruimte. Op de 4e en de 5e verdieping bevinden zich ons slaap- en werkvertrek. Vanaf deze hoogte is er uitzicht op het WTC en het hoofdkantoor van de ABN-Amro, het Beatrixpark en de A10. De eerste week was een grauwe week, met veel wind en regen. Daardoor was de Zuidas niet op zijn mooist. Alleen ’s avonds zie je daar niets meer van, dan vormen de kantoren elke avond weer een even mooie skyline voor de huiswaarts kerende mensen.

Ik (Peter Veenstra) bijt deze week de spits af. Volgende week zal Eric-Jan Pleijster hier verblijven, de week daarna Cees van der Veeken en zo wisselen we elkaar af. Er ontstaat zo een estafetteproject, waarbij we elke week het ontwerponderzoek aan elkaar overgeven. Onder andere dit weblog zal moeten zorgen voor de continuïteit. Deze opzet, zonder vaste projectleider is voor ons een experiment dat past binnen onze filosofie: minimale hiërarchie.

In de eerste drie weken van ons verblijf willen we de richting van ons ontwerponderzoek bepalen. Dit willen we gaan doen aan de hand van drie algemene thema’s: het megaproject, de publieke ruimte en de rol van de ontwerper.

Om met de rol van de ontwerper te beginnen: als landschapsarchitecten zijn we gewend om te werken op basis van een programma of in ieder geval een probleemstelling. Nu draait de planmachine van het grote project Zuidas op volle toeren en worden wij alleen gevraagd om te verrijken, kritisch te zijn, iets toe te voegen, op wat voor manier dan ook. Dit is een fundamenteel andere positie voor ons als ontwerper. Het is bevrijdend, omdat we ons niet hoeven bezig te houden met het oplossen van gemeenschappelijk veronderstelde problemen, of hoeven te conformeren aan beleidskaders of gemiddelde smaak. Aan de andere kant dreigt het gevaar dat onze daden onopgemerkt blijven: niemand heeft immers gevraagd om een ontwerp. Hoe kan je als ontwerper van onderaf invloed hebben op een megaproject als de Zuidas? Welke middelen zet je in en wat kun je ontwerpen?

Met het thema de publieke ruimte willen we de huidige en toekomstige publieke ruimte van de Zuidas onderzoeken. De Zuidas is een typische transitomgeving: de locatie wordt ontwikkeld vanwege zijn perfecte ligging in het stedelijk netwerk van infrastructuur. Zuidas’ beste reclame gaat over ontsluiting: in 30 minuten naar Brussel, 45 minuten naar Parijs en 5 minuten naar het hart van Amsterdam. Je merkt dit buiten: iedereen is op weg van A naar B. In de torens verblijf je of werk je, daarbuiten ben je zo hard mogelijk op weg van huis naar werk of andersom: lopend, fietsend, in de auto, met de trein, met de metro. Zelfs het Beatrixpark wordt gedomineerd door fietsers die het park gebruiken als shortcut. Het geluid van de snelweg, dat overal op de achtergrond aanwezig is, draagt enorm bij aan het ‘transitgevoel’. Reyendorp en Hajer geven in ‘Op zoek naar publiek domein’ hoop voor dit soort transitruimtes, vaak afgedaan als non-places. Ze voorspellen dat hier een nieuw soort publiek domein kan ontstaan. Hoe ziet dit nieuwe domein er uit? Wat gebeurt daar?

Met het Megaproject willen we de droom / de belofte Zuidas kritisch onderzoeken. Het project Zuidas is een ambitieus project. Een nieuwe stad komt uit de grond, die het tweede centrum van Amsterdam wordt. Het megaproject belooft veel goeds: een levendige mix van wonen in alle prijsklassen, bedrijven, winkels, culturele centra en een hoogwaardige openbare ruimte, in een hoogstedelijke dichtheid. Anno 2035 moeten 3 miljoen mensen in 3 kwartier de Zuidas kunnen bereiken. Station WTC wordt daarmee het tweede Centraal Station; een knooppunt van ondermeer twee HSL’s en de Noord-Zuidlijn. Deze infrastructuur wordt volgens het dokmodel keurig verborgen onder een tapijt van torens en parken.
Dit is de droom, maar hoe stads gaat de Zuidas werkelijk worden? In het masterplan is op last van de gemeente Amsterdam plek gereserveerd voor sociale huurwoningen, maar het percentage schommelt. Voormalig minister Dekker sprak zich zelfs tegen sociale huur op de Zuidas uit. Moet de Zuidas toegankelijk en bewoonbaar zijn voor mensen uit alle sociale klassen of hebben we hier te maken met een gebied dat alleen weggelegd is voor elites en wordt het een Brave New World? En hoe ontwikkelt de Zuid-as zich in de regio randstad, naast projecten als IJ-oevers, Airport City en Werkstad A4? Hoe verhoudt de Zuid-as zich tot zijn concurrerende megaprojecten over de grens?

Geen opmerkingen: