donderdag 8 maart 2007

Geërecteerde ruimte

In 1951 voorspelde professor J.T.P. Bijhouwer (voormalig professor landschapsarchitectuur in Wageningen) het verval of zelfs het volledig verlaten van de metropolen van Nederland. Amsterdam zou op de rand van de afgrond komen, en net als Den Haag “ slechts voortbestaan dank zij hun traagheidsmoment” (De toekomst van onze steden, 1951). Als oorzaak van deze exodus uit de grote stad noemt Bijhouwer o.a. verkeersproblemen, de drukte en de onpersoonlijke sfeer.

Gelukkig is dit doemscenario Amsterdam bespaard gebleven, onder andere door de opkomst van een aantal vormen van stedelijke openbare ruimte. Socioloog Jack burgers zet deze in zijn essay “Stedelijke landschappen – over de openbare ruimte in de postindustriële stad” op overzichtelijke manier de stedelijke verschijningsvormen van de postindustriële stad naast elkaar: de geërecteerde ruimte, de geëtaleerde ruimte, de geëxalteerde ruimte, de geëxposeerde ruimte, de gekleurde ruimte en de gemarginaliseerde ruimte. Het zijn geen nieuwe ruimtes; daarvoor bestonden ze ook al. Maar door maatschappelijke ontwikkelingen zijn ze wel explosief gegroeid en heftiger geworden.

Het hart van de Zuidas wordt gevormd door een typische geërecteerde openbare ruimte: het is een landschap van macht. In de vormgeving hiervan staat impression management centraal: de architectuur moet indruk maken, de openbare ruimte feilloos zijn.

In alle toekomst-renderings van de Zuidas wordt ook de geëtaleerde ruimte goed vertegenwoordigd: met winkels, digitale displays, reclameborden en caféterrassen wordt er een landschap van verlokking en verleiding gevormd, dat is gericht op maximale consumptie. Dit landschap zal volgens de ontwerpers van de Zuidas de openbare ruimte tot leven moeten wekken, want als je er niks kan kopen, is er niks aan. Toch hebben de winkels het op dit moment moeilijk; sommige kunnen amper het hoofd boven water houden.

Wat op de Zuidas nagenoeg ontbreekt is geëxalteerde ruimte: landschappen van opwinding en extase. Denk hierbij aan discotheken, festivals, rosse buurten en koffieshops, homobosjes, voetbalstadions, theaters. De komst van vdEnde-theater zal straks een schrale troost zijn. Amsterdam Zuidoost scoort in dit opzicht bijvoorbeeld veel hoger: daar heb je de Arena, de Heineken Music Hall en Pathé.

Als het plan Zuidas slaagt, zal het straks in zijn geheel functioneren als een geëxposeerde ruimte; het zal een mustsee worden voor architectuurliefhebbers en toeristen. Zoals het er nu naar uitziet zal dit vooral aan de gebouwen te danken zijn; de inrichting van de openbare ruimte is nogal non-descript. Om Zuidoost er weer even bij te halen: op de ArenA boulevard hebben ze lichtarmaturen van Philippe Starck! Ook de omgeving van de Zuidas kan worden gezien als een groot openluchtmuseum: het Amsterdamse Bos is een monument, en de Amstelscheg (= het groene hart) wordt ook met hand en tand beschermd en in stand gehouden. En als de architectuurstudenten toch al op de Zuidas zijn, lopen ze vast nog wel even door om Plan Zuid van Berlage te bewonderen, of Wim Boer’s Gijsbrecht van Aemstelpark.

De gekleurde ruimte (zwarte wijken) en de gemarginaliseerde ruimte (plek voor mensen zonder toekomstperspectief, bv. zwervers) is in de Zuidas ver te zoeken, op één straatkrantverkoper na. De Zuidas bevindt zich wat dat betreft in een goede omgeving: Buitenverldert en Oud Zuid zijn allebei rijke buurten.

Opvallend is dat de binnenstad van Amsterdam bijna op elk van de 6 punten hoog scoort, en alle landschappen (inclusief het door Burgers niet genoemde woonlandschap en werklandschap) zijn op een compacte, fijnmazige manier met elkaar verweven. Dit bepaalt voor een groot deel de aantrekkelijkheid van Amsterdam.
Hier ligt voor de Zuidas een grote opgave, wil het uitgroeien tot het tweede stadscentrum van Amsterdam. Zoekt de Zuidas, dat zich nog vooral nog mainfesteert als een landscape of power, naar een zelfde fijnmazige verweving? Welke soorten openbare ruimte worden nagestreefd door de gemeente en getolereerd door het bankwezen? Hoe sluit dit aan op de omgeving? Om hier een antwoord op te vinden moet de schaal van de Zuidas worden overstegen, en moet worden gekeken naar de hele stedelijke ontwikkeling van Schiphol tot aan de ArenA, heel Amsterdam, concurrerende zakencentra over de hele wereld.

Geen opmerkingen: