donderdag 15 maart 2007

Gezocht: meer spektakel

Een oud historisch centrum, de rosse buurt, de nieuwe gebouwen langs het IJ. In het stadscentrum van Amsterdam komen zo ongeveer alle vormen van stedelijke openbare ruimte van socioloog Jack burgers voor: de geëtaleerde ruimte, de geëxalteerde ruimte, de geëxposeerde ruimte, de gekleurde ruimte en de gemarginaliseerde ruimte. Ook de Zuidas moet een echt stadscentrum worden. Dat is pas geslaagd als al deze verschillende ruimtes aanwezig en herkenbaar zijn.

Maar de Zuidas laat zich nu nog vooral kenmerken door geërecteerde ruimte en geëtaleerde ruimte. Imposante gebouwen domineren er het beeld. In de plinten ervan heeft de bijpassende commercie (kantine’s voor de upperclass) een plek. De openbare ruimte die de gebouwen omringd is feilloos. Het geeft een éénzijdig beeld van de Zuidas, dat van het businessdistrict. Om de Zuidas in de toekomst een écht tweede stadscentrum van Amsterdam te laten zijn, is meer diversiteit van stedelijke ruimte nodig.

Waar is op de Zuidas bijvoorbeeld de geëxposeerde ruimte, het museale stedelijke landschap? Natuurlijk, die is er wel, maar dan vooral in directe de omgeving van de Zuidas. De Rivierenbuurt bijvoorbeeld, de wijk die H.P Berlage in 1917 ontwierp, is een wijk vol geschiedenis, vol van meerdere lagen. Ook het Beatrixpark heeft natuurlijk een geschiedenis. Het park stamt uit de jaren ’40, ontworpen als een volkspark. In de tweede wereldoorlog werd het park door de Duitsers tijdelijk omgedoopt tot het Diepenbrockpark. Als het aan de Vrienden van het Beatrixpark ligt, dan krijgt het park een monumentenstatus en blijft het zoals het nu is.

Maar dat is niet voldoende. In afwachting van de Zuidas is het Beatrixpark vervallen en verloederd. Ook al staan er 1450 bomen, het padenstelsel is onduidelijk en in slechte staat, en de gazons zijn er nat en modderig. De geschiedenis ligt er onder een dikke laag stof. Het Beatrixpark kan een belangrijke rol krijgen als geëxposeerde ruimte, maar dan moet er wel gestoft worden. En meer dan dat, want er zijn mogelijkheden het flink park te verbeteren. Door het Beatrixpark bijvoorbeeld beter aan te sluiten op de stad, of de Boerenwetering sterker te verbinden met het Amsterdamse waterssysteem.

De architectuur is op de Zuidas is imposant. Maar er is geen sprake van geëxalteerde ruimte, de landschappen van opwinding en extase. De Zuidas ken geen uitzinnige ruimtes. In de jaren ’70 was die rol enigszins weggelegd voor de RAI. Denk bijvoorbeeld aan de film Trafic van Jacques Tati. In deze komedie rijdt Monsieur Hulot met een zelfgebouwde caravanauto, een wonder van vernuft, van Parijs naar de RAI. Onderweg raakt hij in allerhande verkeersproblemen. In die tijd was de RAI zelf een wonderlijke ruimte met een enorme overspanning. Menigten vergaapten zich er in extase aan de modernste vindingen van de mens.

De RAI lijkt nu vooral een hoeveelheid treurige hallen, waar mensen graaien naar gratis reclamemonstertjes op de Huishoudbeurs. Iedere grandeur, ieder spankeltje spektakel is weg. Daarom wil de RAI vernieuwen. De geëxalteerde ruimte is daarin een belangrijk Leitmotiv, met het Millennium Park in Chigaco als zeer succesvol voorbeeld. De aard van vernieuwing kan best ver gaan, van een herschikking van de hallen op het huidige terrein tot een misschien wel een volledige verplaatsing van de RAI. Als het op de Zuidas maar spektakel oplevert. Er is nog zoveel mogelijk op de Zuidas.

Geen opmerkingen: