maandag 26 februari 2007

Lola was here

“een goed functionerende openbare ruimte is de sleutel tot het succes van de Zuidas, daar is iedereen van overtuigd” aldus journalist Jaap Huisman. Met het verrijzen van de kantoortorens wordt ook langzaam duidelijk hoe de openbare ruimte er uit gaat zien, en hoe deze zal functioneren.

In het “Inrichtingsplan openbare ruimte - Ontwerp op hoofdlijnen” uit 2002 zijn door DRO vier kwaliteitsniveaus vastgesteld met bijpassende investeringniveaus: Exclusief, Standaard Zuidas, Standaard Stadsstraat, en Accenten. Die accenten zijn de parken, pleinen en kunstwerken.

De gedroomde kwaliteit is die van de Amsterdamse binnenstad. Hoe de meterprijzen zich tot elkaar verhouden wordt niet direct duidelijk, maar als je afgaat op de terminologie en de toegepaste materialen, dan ligt dat niveau minstens even hoog. Graniet, bricano, gres en gebakken klinkers zijn natuurlijke materialen van het Exclusieve soort. Deze vind je vooral in het voetgangersgebied terug. Asfalt en betontegels behoren tot de Standaard, toegepast in het domein van fietser en automobilist.

Het Zuidplein is voorlopig het enige Exclusief uitgevoerde stuk openbare ruimte op de Zuidas. Het prille stadsleven speelt zich grotendeels hier af. De rest is nog geen Zuidas, of is in wording en dus bouwput. Vanuit het Zuidplein scheurt als het ware de grond open om plaats te maken voor een Brave New World. Als metafoor voor dit proces fungeren de prachtige panoramafoto’s van Landfall. Als vooruitgeschoven posten zijn zij de eerste Accenten van de nieuwe openbare ruimte.

Nader bezien is het Zuidplein als nieuw stukje publiek domein helemaal niet zo verkeerd. Er zijn mooie sobere materialen toegepast met een goede detaillering en afwerking. De technische toepassing van de boombakken op de kolommen van de ondergrondse parkeergarage is inventief; net als het geavanceerde bewateringssysteem voor de 19 verschillende boomsoorten. Grootschalige aanplant van bomen wordt het tovermiddel voor het leefklimaat op de Zuidas. De bomen vangen de windvlagen rond de hoogbouw op, zijn mooi kijk- en leefgroen, en filteren zelfs fijnstof.

Een mooie materialisatie zegt natuurlijk nog niets over functionele kwaliteit. Kritiek is niet van de lucht, en die gaat verder dan rondslingerende fietsen voor het WTC. Onderzoekers van de Jan van Eijk-academie constateren dat als tegenwicht voor de ‘signature’ architectuur van al die torens, signatures in de openbare ruimte ontbreken. DRO is nog geen OMA; en als ze dat wel zouden zijn, dan hadden ze niet het Zuidplein vol gezet met bomen, om het zicht op al die schitterende architectuur te ontnemen. Als landschapsarchitect ben ik geneigd om het voor de bomen op te nemen, maar verder heeft het Zuidplein inderdaad meer de zakelijk-internationale uitstraling van Schiphol dan de flamboyante sfeer van Mokum; op de rondzwervende fietsen na natuurlijk.

De vraag is: hoe publiek wordt het domein van de Zuidas? Voor het welslagen van de onderneming is het cruciaal dat de Zuidas van iedereen word, daar lijkt iedereen het over eens. Maar kan iedereen zich zomaar een stukje Zuidas toe-eigenen? Een publiek-private onderneming levert nu eenmaal een publiek-private buitenruimte op. Het private signatuur is alom aanwezig met namen als Ernst & Young en Boekel de Nerée. Het publieke signatuur is voorlopig bescheiden met enkel Accenten.

Geen opmerkingen: